Miriam van Griethuysen
Vastberaden enthousiasteling, graag in beweging &
nog steeds BFFs met mijn innerlijke-waarom-kind
Vastberaden enthousiasteling, graag in beweging &
nog steeds BFFs met mijn innerlijke-waarom-kind
Vastberaden enthousiasteling, graag in beweging & nog steeds BFFs met mijn innerlijke-waarom-kind
“Miriam, mag ik je vragen hoe je aan je uren van afgelopen maand komt?”, kreeg ik ineens via de chat van mijn baas. Geschrokken checkte ik mijn urenregistratie. Had ik ergens een getal verkeerd ingevuld? Ik kon niets vreemds ontdekken. Verbaasd las ik zijn vraag nog eens. En nog eens. Maar het stond er toch echt. Hij zei dat hij mij vertrouwde, maar vroeg toch om een verklaring. Toen ik doorvroeg bleek dat een collega had gezegd dat ik de laatste weken vaak al voor vijf uur naar huis ging. Dat ik eerder begon dan haar, “dat kon ze toch niet zien”, dus daar had mijn baas niets over gehoord. Op dat moment schoot er van alles door me heen. Boosheid. Ongeloof. Het voelde zo oneerlijk. Ik slikte mijn eerste reactie in en telde tot tien. Terwijl ik langzaam uitademde, bleef alleen mijn teleurstelling nog over. “Maar… Het ging toch om het werk dat ik lever? Niet om mijn uren?” Aldus, wat mijn baas mij tijdens mijn sollicitatie vertelde. Het bleef even stil, totdat hij antwoordde: “Ja dat klopt, maar…”
“Ja, maar…” …terwijl de woorden van mijn baas nog in mijn hoofd nagalmden, dacht ik terug aan mijn sollicitatie. Ik weet nog hoe enthousiast ik dat gesprek verliet. De functie paste precies bij wat ik wilde doen en ook het bedrijf voelde als een match. Althans, dat was het beeld dat ik toen had. In de praktijk bleek het anders. Ik voelde me steeds minder op mijn plek. Mijn energie liep terug. Mijn betrokkenheid ook.
In mijn werk zag ik dat mijn situatie geen uitzondering was. Als strateeg voor wervingscampagnes hielp ik bedrijven met het aantrekken van nieuwe medewerkers. Maar bij de bedrijven binnen zag ik hetzelfde patroon ontstaan: medewerkers die vol enthousiasme binnenkwamen, maar al snel gingen twijfelen of ze nog wel wilden blijven. En steeds vaker hoorde ik mezelf tegen de klant zeggen: “Ja, maar… als je het verhaal mooier maakt dan het is, voelen zelfs de juiste mensen zich vroeg of laat niet meer op hun plek.”
De focus op werving was logisch. Doordat teams handen te kort kwamen, liep de werkdruk op. Maar waar bedrijven meer bezig waren met het aantrekken van nieuwe mensen, zag ik hun huidige medewerkers sneller afhaken. Binnen voelden medewerkers zich steeds minder gezien. Hun energie daalde. Hun betrokkenheid ook. “Het klopt hier niet meer voor mij.” En dat gevoel herkende ik maar al te goed.
Daarom draai ik het nu voor bedrijven om. Van focus op het aantrekken van nieuwe mensen, naar wat er nodig is om ervoor te zorgen dat medewerkers juist betrokken meedoen. De principes die ik gebruikte om mensen aan te trekken, heb ik vertaald naar waarom medewerkers willen blijven. Niet uit noodzaak of gemak, maar omdat ze voelen dat ze op hun plek zitten. Ze weer energie krijgen van wat ze doen. En ze weer trots vertellen waar ze met hun werk aan bijdragen. En dat enthousiasme is aanstekelijk.
“Miriam, mag ik je vragen hoe je aan je uren van afgelopen maand komt?”, kreeg ik ineens via de chat van mijn baas. Geschrokken checkte ik mijn urenregistratie. Had ik ergens een getal verkeerd ingevuld? Ik kon niets vreemds ontdekken. Verbaasd las ik zijn vraag nog eens. En nog eens. Maar het stond er toch echt. Hij zei dat hij mij vertrouwde, maar vroeg toch om een verklaring. Toen ik doorvroeg bleek dat een collega had gezegd dat ik de laatste weken vaak al voor vijf uur naar huis ging. Dat ik eerder begon dan haar, “dat kon ze toch niet zien”, dus daar had mijn baas niets over gehoord. Op dat moment schoot er van alles door me heen. Boosheid. Ongeloof. Het voelde zo oneerlijk. Ik slikte mijn eerste reactie in en telde tot tien. Terwijl ik langzaam uitademde, bleef alleen mijn teleurstelling nog over. “Maar… Het ging toch om het werk dat ik lever? Niet om mijn uren?” Aldus, wat mijn baas mij tijdens mijn sollicitatie vertelde. Het bleef even stil, totdat hij antwoordde: “Ja dat klopt, maar…”
“Ja, maar…” …terwijl de woorden van mijn baas nog in mijn hoofd nagalmden, dacht ik terug aan mijn sollicitatie. Ik weet nog hoe enthousiast ik dat gesprek verliet. De functie paste precies bij wat ik wilde doen en ook het bedrijf voelde als een match. Althans, dat was het beeld dat ik toen had. In de praktijk bleek het anders. Ik voelde me steeds minder op mijn plek. Mijn energie liep terug. Mijn betrokkenheid ook.
In mijn werk zag ik dat mijn situatie geen uitzondering was. Als strateeg voor wervingscampagnes hielp ik bedrijven met het aantrekken van nieuwe medewerkers. Maar bij de bedrijven binnen zag ik hetzelfde patroon ontstaan: medewerkers die vol enthousiasme binnenkwamen, maar al snel gingen twijfelen of ze nog wel wilden blijven. En steeds vaker hoorde ik mezelf tegen de klant zeggen: “Ja, maar… als je het verhaal mooier maakt dan het is, voelen zelfs de juiste mensen zich vroeg of laat niet meer op hun plek.”
De focus op werving was logisch. Doordat teams handen te kort kwamen, liep de werkdruk op. Maar waar bedrijven meer bezig waren met het aantrekken van nieuwe mensen, zag ik hun huidige medewerkers sneller afhaken. Binnen voelden medewerkers zich steeds minder gezien. Hun energie daalde. Hun betrokkenheid ook. “Het klopt hier niet meer voor mij.” En dat gevoel herkende ik maar al te goed.
Daarom draai ik het nu voor bedrijven om. Van focus op het aantrekken van nieuwe mensen, naar wat er nodig is om ervoor te zorgen dat medewerkers juist betrokken meedoen. De principes die ik gebruikte om mensen aan te trekken, heb ik vertaald naar waarom medewerkers willen blijven. Niet uit noodzaak of gemak, maar omdat ze voelen dat ze op hun plek zitten. Ze weer energie krijgen van wat ze doen. En ze weer trots vertellen waar ze met hun werk aan bijdragen. En dat enthousiasme is aanstekelijk.

Zeg tegen mij dat iets niet kan en ik wil meteen weten wanneer wel. Met mijn innerlijke waarom-kind voorop, ga ik op zoek naar wat ik nog niet weet, probeer dingen uit en leg net zo lang puzzelstukjes bij elkaar totdat het wel werkt. Niet om dwars te zijn, maar omdat “zo is het nu eenmaal” mij nog nooit heeft tegengehouden.

Eerlijkheid is voor mij de zuiverste vorm van liefde. Ik zeg niet wat je graag wilt horen, maar wat je nodig hebt om verder te komen. Niet omdat ik hard wil zijn, maar omdat ik je gun dat je ziet wat er allemaal mogelijk wordt zodra je anders durft te kijken. Want zachte heelmeesters…

Ik geloof niet in mooie praatjes of jezelf anders voordoen dan je bent. Daar ga ik dan ook met een gestrekt been doorheen. Niet om je af te rekenen, maar omdat ik me veel liever verbind met de echte versie van jou – inclusief de rafelrandjes. Want pas dan trek je mensen aan die jou waarderen zoals je bent.
Daar geloof ik heilig in. Loyaliteit en betrokkenheid zijn geen eigenschappen waar je mensen op kunt selecteren. Het is het resultaat wanneer iemand zich verbonden voelt met wie hij werkt, voor wie hij werkt en waar hij aan bijdraagt.
Zeker nu medewerkers meer keuze hebben dan ooit, merk ik dat organisaties zich steeds meer gaan aanpassen in de hoop om aantrekkelijk te blijven. Die reactie is begrijpelijk. Maar daar zie ik het juist fout gaan. Want hoe meer je probeert te worden wat anderen zoeken, hoe minder duidelijk je bent in wie je zelf bent. En juist die duidelijkheid is waar mensen zich aan verbinden.
Mensen zoeken geen perfecte werkgever. Ze zoeken een werkomgeving die bij hun past. Het gaat er niet om dat je verandert om aantrekkelijk te zijn. Het gaat erom dat je helder bent in wie je bent als organisatie en dat laat leven op de werkvloer. Zodat medewerkers zelf kunnen voelen: “hier hoor ik thuis” – of juist niet.
Daar geloof ik heilig in. Loyaliteit en betrokkenheid zijn geen eigenschappen waar je mensen op kunt selecteren. Het is het resultaat wanneer iemand zich verbonden voelt met wie hij werkt, voor wie hij werkt en waar hij aan bijdraagt.
Zeker nu medewerkers meer keuze hebben dan ooit, merk ik dat organisaties zich steeds meer gaan aanpassen in de hoop om aantrekkelijk te blijven. Die reactie is begrijpelijk. Maar daar zie ik het juist fout gaan. Want hoe meer je probeert te worden wat anderen zoeken, hoe minder duidelijk je bent in wie je zelf bent. En juist die duidelijkheid is waar mensen zich aan verbinden.
Mensen zoeken geen perfecte werkgever. Ze zoeken een werkomgeving die bij hun past. Het gaat er niet om dat je verandert om aantrekkelijk te zijn. Het gaat erom dat je helder bent in wie je bent als organisatie en dat laat leven op de werkvloer. Zodat medewerkers zelf kunnen voelen: “hier hoor ik thuis” – of juist niet.

…dat je medewerkers weer trots
beginnen te vertellen wanneer vrienden vragen:
Benieuwd hoe je
dat voor elkaar krijgt?
Zelfs putdeksels en wildroosters laten me even nadenken. En bij een glazen plaat in de vloer kijk ik eerst of ik er omheen kan. Maar ik laat me er niet door tegenhouden. Geef me na het lopen over een gammelende -brandweertrap-waar-je-doorheen-kunt-kijken een paar minuten adempauze om mijn hartslag weer onder controle te krijgen.

Mijn ideale vakantie is kamperen met mijn gezin. En het liefst bij de zee. Vanaf vier maanden oud namen mijn ouders mij al mee naar Bretagne. Ieder jaar dezelfde plek, acht weken lang in de zomervakantie. We stonden met de caravan zowat aan het strand. Voor velen voelt het als een eeuwigheid en herhaling, voor mij is het nog steeds daar thuiskomen. Hoewel mijn man een hekel heeft aan zand tussen zijn tenen, gaat hij toch graag met mij daarheen. Als dat geen liefde is…

Als ik iets voor ogen heb, dan ga ik ervoor. En het liefst gisteren nog. Ik kon blijkbaar ook niet wachten om geboren te worden. De huisarts dacht nog even te kunnen douchen, maar mijn vader heeft mij op de wereld mogen zetten. “Pinken onder de oksels, kwartslag draaien en hopsakee.” En zo te merken heeft mijn zoontje ook het geduld van zijn moeder. Sterkte manlief.

Lekker een avondje kaarten. Heerlijk. Mij proberen te verslaan met ‘30 seconds’? Challenge accepted. Vanuit mijn hoekje op de bank meedoen met ‘De Slimste Mens’. Heb er nu al zin in. En dan het liefste de Belgische versie. Lig ik ook nog dubbel van het lachen om hoe de cabaretiers de boel weer op stelten zetten.
Naast mijn bed heeft mijn notitieblokje met pen ondertussen wel plaats gemaakt voor mijn telefoon met de app ‘Notities’. Maar de handeling blijft hetzelfde. Zelfs in mijn slaap staat mijn brein niet uit. Het komt dan ook regelmatig voor dat ik midden in de nacht een eureka moment heb en het even snel noteer. Dan kan ik weer snel verder slapen zonder dat het in mijn hoofd blijft herhalen. Want voldoende slaap is toch wel heilig voor mij.
Basketbal speelt al meer dan twintig jaar een grote rol in mijn leven. Mijn favoriete moment als speler? Wanneer een bijna onmogelijk pass van mij precies in de handen van mijn teamgenoot valt, zodat zij kan scoren. Ook als scheidsrechter op hoog niveau stond ik niet op het veld om zelf te winnen, maar om ervoor te zorgen dat anderen voluit van het spel konden genieten.